Nieuwsbrief

Slaaf van mijn gedachten of weldenkend mens?

Daar sta ik dan voor de kledingkast. Ik weet precies wat ik moet hebben. Dat ene broekje van Asics. Die sokken van Falke.

Hè bah . . . Waar is dat gele shirt van inferieure kwaliteit. Dat shirt waar mee ik altijd de wedstrijden in loop.

 “Roos . . …..Waar heb jij. . . . . . !”

Natuurlijk, nog ongewassen in de sporttas. Schoenen gevonden. Twee bananen. Sporthorloge van de oplader, maar waar is mijn bidon . . .getver . . . Zo kom ik nooit op tijd . . . :” Roos . . . . . !!!!!“.

Van die vaste rituelen, goede gewoontes. De voorbereiding op dat wat komen gaat. Houvast, de onrust als het anders loopt dan gepland. Misschien herkenbaar. Daar sta ik dan voor de kast. Slaaf van mijn gedachten of een weldenkend mens.

 Goh . . ben ik hierin de enige? Nee . . . bijgeloof en sport, dat was zelfs Johan Cruijff die steevast zijn stukje kauwgom over de middenlijn spuugde, op de helft van de tegenstander. Of het hem daadwerkelijk tot beter spel aanzette valt niet te meten, maar wat maakte het uit als Nummer 14 zich er lekker bij voelde. En Cruijff was is niet alleen in zijn respect voor ogenschijnlijk irrelevante rituelen. Michaéla Schippers aan de Vrije Universiteit in Amsterdam onderzocht in 1997 geloof of bijgeloof onder topsporters in Nederland. Toen ook al!

De voorbeelden van bijgeloof hebben een hoge amusementswaarde. Een sporter gaf inderdaad te kennen dat hij geen wedstrijd begint zonder vier pannenkoeken (Arie?) achter de kiezen. Een ander stopt steeds zijn stukje kauwgom in een kapotgetrapt gedeelte van de baan. Weer een ander kust zijn shirt voor de wedstrijd of draait steeds dezelfde keiharde muziek op zijn walkman. Een trainer meldde steevast drie kwartier voor aanvang van de wedstrijd zijn kinderen te bellen (Henri? Bob?).

Dergelijke bijgelovige rituelen ogen hoogst irrelevant voor de aanstaande sportieve prestatie, maar dat zijn ze volgens de sporters zelf allerminst, concludeerde Schippers. Het zelfvertrouwen krijgt een flinke deuk als een ritueel om wat voor reden dan ook niet kan worden uitgevoerd, en volgens de sporters zelf heeft dat een duidelijke weerslag op hun prestaties.

 “Bijgeloof is omgaan met onzekerheid”, verklaart sociaal psycholoog dr. Paul van Lange. “Sporters kampen voor elke wedstrijd met een fikse dosis onzekerheid, en die wordt alleen maar groter naarmate de tegenstander sterker en de wedstrijd belangrijker is. Vaste rituelen bieden dan houvast, en kunnen dus heel functioneel zijn.”

Overdrijven is echter ook een kunst. Wanneer slaan sporters door in hun bijgelovigheid?  De rituelen van toptennisser Nadal?

https://nos.nl/video/2176642-van-flesje-tot-neus-de-eeuwige-trekjes-van-nadal.html

Weer terug naar de amateur. Wereldkampioen ga ik niet worden. Het volbrengen van de tocht is mijn ambitie. Ondanks dat: daar sta ik dan voor mijn kledingkast. Kan ik zonder de rituelen?  Wat geeft mij houvast? Hoeveel stevigheid zit er in mij zelf? Hoe zit dat met mijn zelfvertrouwen?  Wat als ik het vertrouwen buiten mijzelf ga leggen. Wat als dat wegvalt. Waar ligt mijn invloed?

Interessant, even een pas op de plaats. Allemaal vragen. Niet op zoek naar het juiste antwoord. Nee vooral even een blik in de spiegel om te onderzoeken hoe dat precies bij mij werkt. Staat hier een slaaf van de gedachten of een weldenkend mens.

“Roos !! . . . waar is toch dat ene hardloopbroekje . .? Je weet wel . . . !“

 

Jort van Ast

Verpleegkundige | Adem- & ontspanningstherapeut i.o | mindfulnesstrainer

Bron: artikel Trouw. Auteur Mark Traa - 5 februari 1997

Roos: mijn levenspartner . . . . . . steun en toeverlaat

 

In de volgende Stavast een artikel van Maaike Kogelman, triatlete AV Heerenveen