Nieuwsbrief

Zaterdagmiddag 16 december ben ik na een ontspannen autorit op de startlocatie in Oude Heverlee. Na een bakje koffie herken ik een loper aan zijn Duits accent.

door Arie van der Steen

Deze man kwam ik al een paar keer tegen bij de Run Forrest Run lopen. Klein wereldje. De middag gezellig opgetrokken met Heiko en elkaar afgetroefd met sterke loopverhalen. Heiko was niet fit. Hij had een voedselvergiftiging gehad bij de kerstborrel. Ja ja dacht ik. Die voedselvergiftigingen ken ik. Toen ik daar voorzichtig naar informeerde, zei hij dat hij voor een loop geen alcohol dronk en dat het waarschijnlijk kwam door de veganistische loempia’s. Ja, zei ik. Daar moet je natuurlijk altijd voorzichtig mee zijn.  

Na twee heerlijke borden lasagne zocht ik mijn matrasje op en installeerde me tussen een paar slapende en stinkende lopers die de eerste ronde van 80 km. al hadden gelopen en nu onder een dekentje zich waarschijnlijk afvroegen wat hier ook al weer leuk aan was. Wat een bikkels! Mooi om te zien dat de organisatie heel alert was en regelmatig controleerde hoe het met deze lopers ging. Ik werd er zelfs een beetje jaloers van. Mij sloegen ze over. Ik zag er waarschijnlijk te goed uit, omdat ik als enige in een boek zat te lezen. De heerlijke lasagne in combinatie met mijn ontbijt van pannenkoeken en rijstepap en een middagje bananen en krentenbollen bleken achteraf een goeie basis voor deze koude loop onder een heldere hemel. Rond 23.00 uur heb ik mij aangekleed voor de start. De start was om 0.00 uur. Ik had zelfs even wat weg kunnen dommelen. Omdat deze loop een groot risico heeft voor onderkoeling is het van belang om winddichte, waterdichte en toch ademende kleding te gebruiken. Ik kwam een nerveuze Heiko tegen die niet wist of hij nu zijn stokken wilde meenemen of niet. Van mijn suggestie om dan eventueel één stok mee te nemen kon hij na tien minuten de humor van inzien gelukkig. (iets met Duitsers en humor?) Heiko besloot om de stokken in de dropbag mee te geven en daar zag ik ze de volgende morgen ook weer ongebruikt terug.

De ‘Bello Gallico’ heeft 1500 hoogtemeters. De meeste klimmen vallen mee. Een paar stevige kuitenbijters. Vooral de eerste helft is klimmen en dalen. Ik liep mijn eigen race, het liefst loop ik alleen. De route was prima aangegeven met lichtgevende pijlen. Er was ook altijd wel ergens een knipperend rood lampje te zien, zodat je wist welke kant je op moest. Alle lopers moeten verplicht naast een hoofdlamp ook een rood lampje achter op de rugzak hebben. Daarnaast kregen we een GPS-tracker mee. Een klein zwart doosje. Hiermee waren we niet alleen te volgen via internet, maar er zat ook een SOS knop op. Kortom een geweldige organisatie.

Ik had voor alle zekerheid een Garmin gehuurd, waar de route ook in zat. Wat heb ik daar spijt van gehad. Ik had hem eerst met een karabijnhaak aan mijn rugzak bevestigd, maar dat ding mishandelde mij. Toen heb ik hem achter in mijn rugzak gedaan. Maar daardoor ging mijn rugzak mij wurgen. We moesten ons verplicht melden bij de drie controle/verzorgingsposten onderweg. Ik bleef daar zo kort mogelijk. Iedere vijf kilometer at en dronk ik wat. Dat heb ik aangepast door bij het klimmen te gaan eten en drinken, want dan moest je toch wandelen. Ik heb trouwens een ‘wandelfrustratie’ Iedereen wandelt sneller dan mij. Daar kwam ik dit jaar tijdens de trail ‘Grand Ballon’ achter. Ik klom wandelend achter een Belgische mevrouw aan met een behoorlijke derrière, maar ze liep op mij uit… Ook nu liepen andere lopers op mij uit tijdens het klimmen, maar ik kon ze weer inhalen bij het dalen en de vlakke stukken. Dalen gaat mij steeds beter af. Ik durf mijn voeten meer op te tillen en te vertrouwen op de grip van de schoenen.  Het was een bijzondere route. Dan voelde ik me weer James Bond als je in het donker van een heuvel afmoest en onder een spoorweg door waar een grote goederentrein met draaiende motor stond, dan voelde ik me een insluiper als je door een smal paadje achter de huizen langs moest. Het gevaarlijkste was een lange wit bevroren vlonder, midden in de nacht dus en waar stukken uit mistte. Ik vervloekte de lopers achter mij. Want door hun hoofdlampen krijg je vreemde schaduwen waardoor ik in zo’n gat stapte. Gelukkig niks aan de hand, maar dat had anders kunnen aflopen. De eerste helft had mij, door de lange stukken vals plat - de spekgladde wegen en de modderige velden al aardig ‘opgegeten’. 

Bij controlepost twee op zevenendertig kilometer merkte ik dat ik klappertandde ondanks een warme kop koffie en droge kleren uit de dropbag. Ik heb toen maar alles gegeten wat veel calorieën had en deed nu ook mijn jas aan. Snel mijn drinken en eten bijgevuld en naar buiten! Veel lopers zijn op dit punt gestopt, begreep ik later. Ik heb natuurlijk geprobeerd de sfeer daar nog even te verbeteren door iedereen succes te wensen en te bedanken voor de kleine voorsprong die ze me gaven. In het dorp werd ik aangemoedigd door Dave. Dat doet je dan enorm goed! Hij was vrijwilliger. Ik ken Dave nog van de Dutch Coast Trail en sindsdien volgen we elkaar op Facebook. Ik kon na twee kilometer mijn jas weer in de rugzak doen en genoot nu eerlijk gezegd voor het eerst van het lopen. Onder een lantaarnpaal moest ik mijn batterijen van de hoofdlamp verwisselen en een aardige loper hielp mij daarmee. Het lukte mij niet zo goed, zonder leesbril. Het is mentaal een belangrijk punt als je de veertig kilometer gepasseerd bent. Je gaat dan al aftellen. Dit was het langste stuk tussen twee controleposten. De derde post was namelijk pas bij kilometer zestig. Maar dat gaf mij juist energie. Ik hoorde mijn telefoon piepen en wist gewoon dat dit Ria was. Zij moest er om zes uur af voor haar werk en volgde mijn loop via internet. Ik was bij kilometer vijftig toen.

Vlak voor de derde post mocht ik de zon op zien komen. Wat een machtige ervaring!!! Moederziel alleen in zware omstandigheden en je realiserend dat je het gaat redden.

Na een kop soep die niet zo goed opgewarmd was en uit een vieze salade emmer opgeschept werd, vertrok ik voor de laatste twintig kilometer. Hardlopen moest ik afwisselen met wandelen. Wat was ik blij met mijn sokken. Ik had speciaal voor deze loop Sealskinz sokken gekocht. En deze sokken deden wat ze beloofd hadden. Ademend en toch waterdicht. Ongelofelijk. De laatste kilometers heb ik samen met een jonge Fransman gelopen. Het gaf me wel te denken dat hij mij telkens in het Engels antwoordde, terwijl ik zo mijn best deed in het Frans.

Kippenvel kreeg ik bij de finish. De lopers mochten door de zaal lopen en de finish was op het podium. Iedereen applaudisseert dan voor elkaar.

Natuurlijk heb ik nog gewacht op mijn nieuwe Duitse vriend Heiko en konden we elkaar feliciteren met de goeie afloop van dit geweldige avontuur.

Over de tachtig kilometer heb ik tien uur zevenendertig gelopen. Met mijn eenendertigste plaats van honderdachttien lopers ben ik zeer tevreden.